Nitrificatieremmers reduceren kans op uitspoeling
15-09-2026
Dierlijke mest en veel minerale meststoffen bevatten ammoniumstikstof. Ammonium wordt omgezet in nitraat, het onschadelijke stikstofgas én een beetje lachgas. Nitraat is gevoelig voor uitspoeling en in het voorjaar is de gewasgroei - en daarmee de stikstofopname - vaak nog beperkt. Het risico op nitraatuitspoeling is dus relatief hoog in natte periodes in het voorjaar. Nitrificatieremmers vertragen de omzetting van ammonium naar nitraat waardoor de kans op uitspoeling lager is.
Nitrificatieremmers vertragen de omzetting van ammonium naar nitraat met een aantal weken. Hierdoor blijft stikstof langer in ammoniumvorm in de bodem aanwezig. Dit verlaagt de lachgasemissie (N2O) en het risico op nitraatuitspoeling. Ammonium is minder uitspoelingsgevoelig dan nitraat omdat het beter bindt aan de bodem en in het voorjaar beter wordt opgenomen door het gewas. De effectiviteit van nitrificatieremmers is het hoogst in het vroege voorjaar. In deze periode zijn de bodemtemperaturen vaak nog laag en worden vaak meststoffen met hoog ammoniumgehalte gebruikt. Dit leidt zowel bij voeder- als akkerbouwgewassen tot een hoger stikstofgehalte van het gewas en soms tot een hogere gewasopbrengst. Onder droge omstandigheden zijn de effecten beperkt. Een kanttekening is dat bij hogere temperaturen (>13°C) een groter aandeel ammonium kan leiden tot extra ammoniakemissies. Dit kan het voordeel van nitrificatieremmers beperken.
Wat te doen?
Kies voor minerale meststoffen met een nitrificatieremmer of voeg vlak voor toediening een nitrificatieremmer toe aan dierlijke mest. Nitrificatieremmers worden al langere tijd toegepast in combinatie met dierlijke mest. Het gebruik van nitrificatieremmers in minerale meststoffen is in opkomst onder verschillende merknamen (werkzame stoffen zijn o.a. DMPP, DMPSA, NPPT en MPA). Nitrificatieremmers zijn effectief in combinatie met een meststof met een hoog aandeel ammonium. De effectiviteit van nitrificatieremmers is het grootst in het voorjaar, op zandgronden en wanneer de zuurgraad van de bodem lager dan pH 6 is.
Op grasland is het gebruik van nitrificatieremmers alleen zinvol voor de 1e snede om nitraatuitspoeling te voorkomen. Met een nitrificatieremmer kan 20% gekort worden op de minerale N-gift, die als KAS zou worden gegeven. Voor akkerbouwgewassen zijn er nog geen adviezen over de inzet van nitrificatieremmers omdat proeven geen duidelijk opbrengstvoordeel lieten zien (wel andere voordelen). Nitrificatieremmers zijn effectief voor gewassen die vroeg in het voorjaar worden bemest en waarbij de opname later plaatsvindt. Uitspoeling van het uitspoelingsgevoelige nitraat wordt dan voorkomen.
Kosten en opbrengsten
Het gebruik van nitrificatieremmers in het voorjaar is relatief eenvoudig inpasbaar in de bedrijfsvoering. Nitrificatieremmers moeten worden aangekocht en worden toegevoegd aan de dierlijke mest. Dit kan het makkelijkst via een doseer- of pompunit op de mesttank. Bij kunstmest zit het al verwerkt in het product. De meerkosten van nitrificatieremmers bedragen doorgaans €20 tot € 30 per hectare, afhankelijk van het product. Deze kosten zijn terug te verdienen door hogere opbrengsten en/of besparing van kunstmest.
Bron: DAW

