Nieuwe technieken beperken drift én middelengebruik
11-09-2026
Dankzij inzet van de telers, de beschikbaarheid van verbeterde techniek én wet- en regelgeving, ligt de driftreductie steeds vaker op 95%. Bovendien staan de techniek, het onderzoek en de regelgeving nog lang niet stil. Frans van Egmond (Profytodsd) en Erwin Boogaard (Agrifirm) zien mogelijkheden – maar ook uitdagingen - om drift nog verder te reduceren.
De landbouwsector heeft flinke vooruitgang geboekt met driftreductie, vinden Van Egmond en Bogaard. “Tien jaar geleden lag de norm op 50%, tegenwoordig geldt steeds vaker de eis van 95%. Anders mag je simpelweg niet spuiten”, vertelt directeur Van Egmond van toeleverancier Profytodsd. En zeker zo belangrijk: het bewustzijn binnen de sector groeit, ziet teeltspecialist Boogaard van Agrifirm. “Ondernemers spreken steeds vaker met elkaar over driftreductie.” Een veel grotere uitdaging is volgens Boogaard de snel veranderende regelgeving rondom het middelenpakket. Middelen verliezen in hoog tempo hun toelating. En de middelen die beschikbaar blijven, zijn vaak minder effectief. Een teler gaat daardoor vaker spuiten en de kans op driftemissie neemt daardoor toe.
Regels veranderen in sneltreinvaart
De huidige wet- en regelgeving én het toezicht daarop, zijn streng. NVWA en waterschappen voeren geregeld controles uit op type spuitdop, spuittechniek en het gebruik van kantdoppen. Boogaard wijst erop dat drift reducerende maatregelen zoals grovere druppels niet ten koste mogen gaan van de effectiviteit van de bespuiting. Overigens plaatst Boogaard kanttekeningen bij subsidieregelingen die driftbeperking meten stimuleren. “Die zijn ruimhartig, maar het potje is ook snel leeg. Waar de ene akkerbouwer geregeld wordt ingeloot, zit de ander er vaak naast. Dan vraag ik me af: help je een kleine groep met ‘veel’, of verdeel je het potje breder? Dat laatste lijkt mij effectiever vanuit milieuoogpunt.”
Techniek én gedrag bepalen het verschil
“Met alleen een goede dop ben je er niet meer,” benadrukt Boogaard. De juiste techniek, de optimale weersomstandigheden, de juiste druk én het gebruik van hulpstoffen zijn essentieel. Hij ziet een duidelijke trend naar een verlaagde spuitboomhoogte tot 30 centimeter boven het gewas in combinatie met 25 centimeter dopafstand. Dit vermindert de drift, waardoor je met fijnere druppels kunt werken. Dat is gunstig voor de effectiviteit. Aanpassen van een traditionele spuit naar deze techniek vraagt echter een investering van zo’n €10.000.
Autonomie wint terrein
Van Egmond en Boogaard zien dat sterk verbeterde precisietechniek sterk in opkomst is. Spotsprayers zijn daarvan een goed voorbeeld. Die reduceren de inzet van middelen fors. “En door de combinatie van schaalvergroting en arbeid dat steeds duurder wordt, is een investering in nieuwe techniek al snel rendabel.” Ook autonome machines zijn sterk in opkomst. Betekent dit het einde van de volvelds spuit? “Zeker niet”, denken zowel Boogaard als Van Egmond. “Schimmels moet je altijd bestrijden met de volveldspuit. En ook voor bodemherbiciden blijft die nodig.”
Kansen voor plaatsspecifiek
Op het vlak van driftreductie hebben Nederlandse boeren al veel bereikt, meent Van Egmond. Uitsluitend inzetten op driftreductie levert volgens Boogaard ook weinig winst op. Hij ziet kansen voor plaats specifiek spuiten en het telen van weerbaardere gewassen waardoor er minder bespuitingen nodig zijn. De combinatie van robuustere rassen, spotsprayers en onkruidrobots biedt nieuwe mogelijkheden.

