Met groenbemesters de winter in: hoe doe je dat?
27-11-2025
De bodem in de wintermaanden groen houden heeft grote voordelen voor het reduceren van uitspoeling en verbeteren van de bodemkwaliteit. Maar er zijn ook uitdagingen: Welke groenbemester teel je? En hoe werk je die op kleigrond onder? Bodemteam Flevoland en akkerbouwer Mark Geling uit Zeewolde spreken over hun praktijkervaringen.
Kennis delen over bodemgezondheid, van elkaar leren en samen tot nieuwe inzichten komen. Dat is wat centraal staat tijdens de bijeenkomsten van het Bodemteam Flevoland, dat viermaal per jaar samenkomt. Het team is een van de tien Regionale Bodemteams die het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) in 2022 heeft opgericht, met als doel op toegankelijke wijze kwalitatief en onafhankelijk bodemadvies op het boerenerf brengen. Binnen een bodemteam werken meerdere adviseurs met verschillende expertises samen waardoor een vraagstuk vanuit diverse perspectieven wordt benaderd. De bodemadviseurs in het Bodemteam Flevoland zijn ook betrokken bij projecten en activiteiten van het Actieplan Bodem en Water (ABW) in Flevoland. Een van de ABW-projecten is Groene draad in ons klimaat. Hierbij zijn 24 akkerbouwers uit heel Flevoland betrokken.
17 november ontmoetten de bodemadviseurs elkaar bij akkerbouwer Mark Geling in Zeewolde. Het onderwerp is toepasselijk voor de tijd van het jaar: Groen de winter in, goed de winter uit. Groen de winter in – door groenbemesters te telen – is volgens de akkerbouwer niet zo spannend. Goed de winter uit vormt de uitdaging op lichte tot zware klei. Binnen het project experimenteert Geling al een aantal jaren met het uitvoeren van de hoofdgrondbewerking in de zomer, waarbij hij in één werkgang de groenbemester inzaait. De hoofdvragen:
- Welk type of mengsel groenbemester zet je in
- Op welk moment voer je de hoofdgrondbewerking uit en zaai je de groenbemester in
- Wanneer start je met de grondbewerking in het voorjaar
Welk mengsel
Sommige boeren kiezen voor een of twee groenbemesters. Anderen gaan voor een gevarieerder mengsel. Zij kijken vooral naar de bodembedekking van een groenbemester, maar ook naar de beworteling. "Daarnaast wil je dat een groenbemester niet te lang blijft staan en zelf kapotvriest", geeft Geling aan. Op zwaardere klei kiezen veel boeren dan ook voor niet-winterharde groenbemesters. De dichtheid van een groenbemester speelt tevens een rol. Gele mosterd groeit vrij snel, maar is vervolgens erg overheersend in een mengsel. Ethiopische mosterd is volgens Geling een goed alternatief. Deze groeit een stuk rustiger.
Zaaitijdstip
Het zaaimoment is lastig te bepalen en geheel afhankelijk van het hoofdgewas. De ervaring van het Bodemteam leert dat je na het rooien van aardappelen en uien de groenbemester vrijwel direct kunt zaaien. Bij een graangewas als tarwe, laat je de grond eerst een poosje braak liggen. “Zaai je de groenbemester vroeg, dan krijg je veel groene massa die gevoeliger is voor vorst of in het zaad kan schieten”, benoemt bodemadviseur Albert Jan Olijve van Van Kavel naar Tafel. “Zaai je laat, dan geeft de groenbemester minder massa, dit kan leiden tot een slechtere onkruidonderdrukking maar is meer vorstbestendig.” Collega-bodemadviseur Coen ter Berg vervolgt: “Een jong plantje met dunne stengels verdraagt vorst veel beter.” Heb je in oktober nog niets gezaaid, kies dan voor rogge als groenbemester, luidt het advies. De timing voor een geslaagde groenbemester is dus cruciaal. Binnen het project delen de 24 deelnemers hun ervaringen, die door Bodemteamleden Coen ter Berg en Albert Jan Olijve worden begeleid.
Hoofdgrondbewerking
De timing voor de grondbewerking vraagt altijd aandacht. "Kijk niet naar de kalender, maar kijk naar de bodemconditie op dat moment", benoemt Anna Zwijnenburg nadrukkelijk. Geling boert op zwaardere kleigrond, wat hij een stuk uitdagender vindt. Hij ploegt eind augustus de tarwestoppel en zaait in één werkgang een groenbemestermengsel in. De zware klei krijgt zo de kans om te verweren in de winter, terwijl de groenbemester de bodemkwaliteit verbetert. In het voorjaar worden hier de aardappelen gepoot. In september spit Geling de grond waar uiteindelijk de suikerbieten komen te staan. Kort na het spitten zaait hij een bladrammenas of gele mosterd in. Bij te vroeg ploegen of spitten vindt de grondbewerking onder droge omstandigheden plaats.
Bezoek aan percelen
Na een laatste kop koffie worden drie percelen bezocht om de bodem bij Geling te beoordelen. Een mengsel van wikke, Ethiopische mosterd, klaver en Phacelia, en de enkelvoudige gele mosterd en bladrammenas komen voorbij. Er wordt onder andere gekeken naar het bodemleven en de beworteling, waarbij het ene vanggewas dieper wortelt dan het andere. Volgens Ter Berg is het duidelijk zichtbaar dat de ondergrond, en dus niet alleen de toplaag, is verbeterd in structuur. Een mooie waarneming aangezien verdichting van de onderlaag een van de grootste landbouw-brede problemen vormt.
Praktijkervaringen
Dat het inzetten van groenbemesters bijdraagt aan bodem- en waterkwaliteit wordt bij Geling bevestigd. Geling ervaart dat ook in de praktijk: “Gewassen groeien beter en de groenbemester slaat beter aan”, ziet hij. “Via satellietbeelden houd ik dit in de gaten. Door driekwart van mijn percelen groen te houden zie ik nadrukkelijk verschil. In de herfst ben ik altijd enthousiast. Is het eind april nog steeds nat, dan word ik zenuwachtig. Met vijf graden vorst vriest de groenbemester kapot en is er niks aan de hand.” De akkerbouwer doet meer om de bodem niet te verdichten en bij te dragen aan waterkwaliteit. “Buiten dat groenbemesters nutriënten binden, die anders via de drainage de sloot in verdwijnen, zorgen ze ook voor een goede beworteling en dus natuurlijke drainage.” De bodem wordt bij Geling een keer per twee weken bemonsterd om te analyseren hoe de mineralenbeschikbaarheid is.
Waterkwaliteit
Daarnaast werkt Geling met teeltvrije zones langs de watergangen in verband met drift. “Ik rijd niet langer met kippers op het land. De bieten en aardappelen worden op de kopakker overgeladen, waarbij de kippers op het kavelpad kunnen blijven staan.” Op een van de kavels staat een pivotinstallatie waarmee met korte intervallen wordt beregend. “Een veel beter alternatief dan een waterkanon dat in één keer een grote plensbui afgeeft”, geeft hij aan. De Kaderrichtlijn Water (KRW) 2027 is een van de beweegredenen voor Geling om mee te doen aan het project “Groene draad in ons klimaat.”
Bijeenkomsten
Kun je een overwinterende groenbemester nu beter ploegen of spitten? Met deze vraag van bodemadviseur Christoffel den Herder wordt een bruggetje geslagen naar de eerstvolgende bijeenkomst van het Bodemteam Flevoland die half januari plaatsvindt.

