info@bodemenwaterflevoland.nl

Met een N-min monster zeil je scherper aan de wind

31-08-2026

Met een N-min monster zeil je scherper aan de wind

Een N-min bijmestmonster met bijbehorend bijmestadvies helpt akkerbouwers om scherper te bemesten zonder in te boeten op opbrengst en kwaliteit. ABW Flevoland draait dit jaar een pilot met deze monsters in een paar studieclubs. Dat gebeurt in samenwerking met Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW).

Martijn Neijenhuis zit namens het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer als adviseur bij het programmateam van het Actieplan Bodem en Water Flevoland. “Vanuit DAW bieden wij al een paar jaar gratis N-min monsters aan. Sinds kort gebeurt dat ook via het ABW. Meestal ging het om najaarsmonsters die laten zien hoeveel stikstof er in het bodemprofiel is achtergebleven na de oogst.  Met ingang van seizoen 2026 bieden we nu de combinatie aan van een bijmestmonster inclusief bijmestadvies en een najaarsmonster. Landelijk waren er 100 van die combinaties beschikbaar en die waren zo weg. Maar dankzij financiële steun vanuit het ABW kunnen we in Flevoland iets extra doen.”

Risicobeleving
De combinatie van een bijmestmonster met bijmestadvies en een najaarsmonster maakt het volgens Neijenhuis mogelijk om scherper te bemesten zonder het risico op verlies van opbrengst of kwaliteit. “Het bijmestmonster laat je zien hoeveel stikstof er aan het begin van de teelt nog in het bodemprofiel beschikbaar is. Dat monster wordt eind mei, begin juni gestoken in de lagen 0-30 en 30-60 op percelen van gewassen waar een bijbemesting gangbare praktijk is. De uitkomst wordt besproken met iemand van het DAW-bodemteam Flevoland. Daarin zitten 8 ervaren adviseurs met bewezen kennis van bodem en bemesting. Het bijmestadvies laat zien hoeveel stikstof nog aanvullend nodig is voor een goede oogst. We verwachten dat dat vaak minder zal zijn dan je zelf van plan was. We vragen de deelnemers om het bijmestadvies zo goed mogelijk te volgen. En als men dat eng vindt, kan het ook op een deel van het perceel. Dat verlaagt de risicobeleving.”
Het najaarsmonster volgt snel na de oogst en wordt ook genomen in de laag 60-90. “Die uitkomst laat zien hoeveel stikstof er is achtergebleven”, vervolgt Neijenhuis. “Misschien spoelt het uit en dat is slecht voor je portemonnee en de waterkwaliteit. Maar het geeft ook extra inzicht. Met de combinatie van beide monsters durf je volgend seizoen misschien met een lagere basisgift te beginnen. Want je neemt later toch een bijmestmonster.”

Verder helpen
De extra N-min monsters met bijmestadvies worden dit jaar ingezet bij deelnemers van voormalige Veldleeuwerik groepen die na het einde van dat duurzaamheidsproject zelfstandig zijn doorgegaan. “We hopen op die manier de kennis over N-min monsters en bijmestadviezen snel te verspreiden”, besluit Neijenhuis. “Want deze monsters en adviezen helpen je echt verder.”

“Het kan zeker efficiënter met de stikstof”

Ook het bedrijfsleven neemt initiatieven om te komen tot een gerichtere aanpak van de (bij)bemesting in de akkerbouw. Toeleverancier Van Iperen start een pilot waarin akkerbouwers ondersteuning krijgen via het digitale teeltdashboard MijnGroei.

“Als je 100 kilo stikstof aanvoert, wil je die het liefst ook terugzien in je gewas. Want wat je aan het eind van het seizoen over hebt, ben je kwijt. En omdat de stikstofgebruiksruimte alleen maar zal krimpen, leek het ons goed om akkerbouwers ervaring te laten opdoen met de systematiek van N-min bemonstering en bijmestadviezen én ze meer inzicht te geven in de juiste timing ervan. Nu kan het nog vrijwillig. We wilden niet wachten totdat het in de toekomst verplicht wordt via doelsturing.”

Perceelspecifiek advies
In de pilot waar Cor Eldering op doelt, krijgen ca. 25 Flevolandse akkerbouwers ondersteuning bij hun bijbemesting beslissingen van de MijnGroei-tool van Van Iperen. “MijnGroei is ons digitale teeltdashboard. Daarin worden groeimodellen gecombineerd met teeltgegevens, weergegevens, de uitslagen van grondmonsters en stikstofmonsters (bodemlagen 0-30 en 30-60) en het stikstofmodel NDICEA”, vertelt de productmanager biostimulanten en adviseur akkerbouw van de agrarische toeleverancier. “De akkerbouwer krijgt een perceelspecifiek advies over de hoeveelheid en de timing van de stikstofbijbemesting. Half oktober steken we dan een na-oogst monster en in de winter evalueren we de uitkomsten met de telers.”
De aanpak van Van Iperen is afgestemd met het ABW, vertelt Eldering. “En dankzij een financiële bijdrage van de provincie is deelname gratis.” Eldering is ervan overtuigd dat de aanpak z’n vruchten gaat afwerpen. “Elke situatie is natuurlijk anders maar ik weet zeker dat de stikstofvoorziening op veel bedrijven efficiënter kan. Ik ga me niet te veel aan individuele voorspellingen wagen maar bijvoorbeeld bij de dierlijke mestgiften op groenbemesters is nog wel een efficiencyslag te maken. Daar is echt winst te boeken.”

>>Met een N-min monster zeil je scherper aan de wind

Heeft u een vraag?

neem contact op