Kaderrichtlijn Water is ook een vorm van doelsturing'
02-11-2025
De Kaderrichtlijn Water is volgens Jo Caris, heemraad bij Waterschap Zuiderzeeland, een actueel voorbeeld van doelsturing op Europese schaal. "Het is geen generieke maatregel. De insteek is een regionale aanpak waarbij ondernemers zelf bepalen hoe zij de gestelde doelen bereiken."
Al tien jaar ondersteunt Waterschap Zuiderzeeland agrarische projecten om de waterkwaliteit in Flevoland te verbeteren. Binnen het Actieplan Bodem en Water (ABW) doet ze dat samen met Provincie Flevoland en LTO Flevoland. Ondanks het lustrumjaar heerst er zeker geen feeststemming. Er liggen voor eind 2027 immers strenge eisen voor de waterkwaliteit op tafel. “Het doel achter het ABW is dat de resultaten van uitgevoerde bodem- en waterprojecten als een olievlek alle agrarisch ondernemers bereiken”, legt heemraad Jo Caris uit. “De projecten hadden vooral betrekking op de effecten van bovenwettelijke maatregelen die niet verplicht waren, ook op het vlak van verminderen van af- en uitspoeling van nutriënten. Met de komst van de nutriënten verontreinigde gebieden (NV-gebieden) is dat veranderd doordat de stikstofgebruiksnorm is aangepast.”
Doelsturing
Inmiddels liggen de contouren van ‘het 8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn’ op tafel. De agrarische sector heeft hierbij gelobbyd voor doelsturing. Ondernemers werden daarmee niet langer getroffen door generieke maatregelen. De KRW is volgens Caris een goed voorbeeld van Europese doelsturing. De normen voor de meest gevaarlijke stoffen zijn voor alle lidstaten gelijk. De maatregelen en normen voor aanvullende onderwerpen, zijn regionale uitwerkingen van de landen zelf. Het tussenresultaat is dat 80 procent van die normen is bereikt. Dat betreft 144 verschillende stoffen. Het is volgens Caris nu aan de industrie, landbouw, overheden én burgers om zich gezamenlijk in te zetten voor de laatste 20 procent. “Ondanks de inzet door de deelnemers in het ABW is helaas nog onvoldoende structurele verbetering merkbaar in de waterkwaliteit”, weet Caris. Is dat eind 2027 nog steeds zo, dan moet Nederland rekening houden met Europese boetes of sancties. Bijvoorbeeld dat er geen vergunningen meer verleend mogen worden voor activiteiten die mogelijk invloed hebben op de waterkwaliteit.
Verantwoordelijkheid
Voor agrarische ondernemers gelden dezelfde regels voor waterkwaliteit als voor iedere andere ondernemer. Echter, waar de puntlozingen van andere typen bedrijven per bedrijf meetbaar zijn, gaat dat voor de agrarische sector niet op. Stoffen die in het water terechtkomen, stromen naar een verzamelpunt benedenstrooms, waar het waterschap ze vervolgens meet. Zit er in een stroomgebied één ondernemer die de regels niet zo nauw neemt, dan ondervinden alle collega’s hier hinder van. “Het is onmogelijk om per kavel watermonsters te gaan nemen”, aldus Caris. “Onuitvoerbaar en zeer kostbaar. De KRW verlangt daardoor een gezamenlijke verantwoordelijkheid en aanpak van alle ondernemers in het stroomgebied.”
Geen uitstel meer
Nederland heeft volgens Caris al twee keer uitstel met zes jaar gekregen voor het behalen van de KRW-doelen. Een derde keer komt er niet. De agrarische sector moet nu dus zelf met oplossingen komen. De landbouw krijgt volgens de heemraad geen uitzonderingspositie meer en moet, net als andere sectoren, aan de opgaves voldoen. Dat vraagt om investeringen in techniek, om bij de bedrijfsvoering alert te zijn op risicomomenten én de inzet van vakmanschap om uitspoeling en afspoeling te reduceren. “We hebben de inzichten en meetresultaten. Het komt nu op handelen aan. De sector moet dat gezamenlijk oppakken. Desnoods met kennis van buiten de eigen sector. Uiteraard zal het waterschap faciliteren waar we dat kunnen.”
|
Carwash voor boeren |

