De meest gestelde vragen over de Kaderrichtlijn Water
24-04-2026
De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) verplicht Nederland om uiterlijk in 2027 de waterkwaliteit op orde te hebben. Dat vereist samenwerking tussen - en inspanningen van - rijksoverheid, provincies, waterschappen, gemeenten, drinkwaterbedrijven, landbouw, industrie en natuurorganisaties. De afgelopen maanden hebben we veel (praktische) vragen vanuit de praktijk gekregen. We hebben ze verzameld en van antwoorden voorzien.
1. Wat is de Kaderrichtlijn Water?
De Kaderrichtlijn Water is een Europese Richtlijn die in 2000 van kracht is geworden. Het doel van de KRW is om voor alle grond- en oppervlaktewateren een goede chemische en biologische waterkwaliteit te bereiken en in stand te houden. Deze doelen, die in 2027 bereikt moeten worden, gelden op het niveau van waterlichamen. In Flevoland zijn de vaarten, bijna alle tochten, grote diepe en ondiepe plassen en enkele moerasgebieden aangewezen als KRW-waterlichamen.
2. Wat is het verschil tussen de Kaderrichtlijn Water en de Nitraatrichtlijn?
Het doel van de Kaderrichtlijn Water is er voor te zorgen dat het oppervlaktewater en grondwater chemisch schoon en ecologisch gezond wordt en blijft. De KRW stelt daarvoor doelen op gebied van biologie en van stoffen. Onder anderen gewasbeschermingsmiddelen en stikstof en fosfor.
De Nitraatrichtlijn heeft tot doel om verontreiniging van grond- en oppervlaktewater met nitraat uit agrarische bronnen te verminderen. De Nitraatrichtlijn draagt hierdoor bij aan het bereiken van de KRW-doelen. De nitraatactieprogramma’s (NAP’s) beschrijven de maatregelen die nodig zijn om de uit- en afspoeling van nutriënten afkomstig vanuit de landbouw naar het grond- en oppervlaktewater te verminderen. Omdat uit onderzoek blijkt dat de landbouw in delen van Nederland nog steeds van negatieve invloed is op het KRW-doelbereik, moet in het 8e Nitraat Actieprogramma, dat dit jaar wordt aangepast, beschreven worden welke (aanvullende) maatregelen Nederland gaat nemen om achteruitgang te voorkomen en de waterkwaliteit verder te verbeteren.
3.Wat betekent de Kaderrichtlijn Water voor agrarische ondernemers?
Flevoland telt in de vierde planperiode van de Kaderrichtlijn Water (dat is vanaf 2028) 20 waterlichamen. Binnen de polder ontvangen 12 hiervan (de waterlichamen ‘tochten’ en ‘vaarten’) water dat afkomstig is uit agrarisch gebied. De invloed van de landbouw kan zich vooral uiten in te hoge nutriëntengehaltes en normoverschrijdingen van gewasbeschermingsmiddelen. In de waterlichamen waar er sprake is van normoverschrijdingen door nutriënten en waarvan uit de herkomstanalyse van Wageningen Universiteit blijkt dat landbouw een belangrijke bron is, worden van de landbouw inspanningen verwacht om haar bijdrage aan een overschrijding te reduceren. Dat kan door maatregelen op het bedrijf en/of op het land te nemen. Voor normoverschrijdingen van gewasbeschermingsmiddelen in het landbouwgebied is de sector eveneens aan zet om maatregelen te nemen om normoverschrijdingen te voorkomen, voor zover deze niet generiek worden voorgeschreven.
4. Wat gaat er gebeuren als de KRW-normen aan het eind van 2027 niet zijn gehaald?
Voor elk doel/norm (biologisch kwaliteitselement of stof) in een waterlichaam dat eind 2027 niet is behaald, moet een uitzonderingsmogelijkheid worden ingeroepen. Is dat een terecht beroep, dan wordt aan de KRW voldaan, ook al is het KRW-doel niet gehaald. Voor zo’n beroep moet aangetoond worden dat er óf voldoende maatregelen zijn genomen maar dat de effecten nog niet meetbaar zijn óf dat maatregelen technisch onhaalbaar zijn of tot significante economische schade leiden. In het laatste geval is een MKBA (Maatschappelijke Kosten-Baten Analyse) nodig. Indien er geen sprake is van een terecht beroep, kan de Europese Commissie Nederland in gebreke stellen. Of dat werkelijk gaat gebeuren, is nu niet duidelijk. Daarnaast kunnen externe partijen via de rechter de overheden aanspreken op het halen van doelen. Beide sporen zullen naar verwachting druk zetten op het doelbereik en op het nemen van maatregelen.
5. In sommige stroomgebieden komt veel stikstofrijk water uit natuurgebieden, wordt de landbouw daar op afgerekend?
Stikstof van natuurlijke herkomst (bijvoorbeeld kwel, uitwerpselen van vogels) wordt voor de KRW als een natuurlijke bron (achtergrondbelasting) gezien. Hiermee is bij de normstelling rekening gehouden. Andere stikstofcomponenten uit natuurgebieden mogen niet worden verrekend en dragen bij aan de totale belasting. De normen van de natuurgebieden Harderbroek en Lepelaarplassen zijn vergelijkbaar met die van de ontvangende waterlichamen Hoge Vaart en Tochten ABC1, waardoor deze gebieden de kwaliteit in de vaarten, waar ze op af wateren, niet extra beïnvloeden. De normen voor de Oostvaardersplassen en Harderbroek Roerdomp zijn weliswaar minder streng dan die van de ontvangende waterlichamen, maar voldoen beide aan de stikstofnorm. Deze waterlichamen wateren af op de vaarten en hebben daarom geen directe invloed op de landbouw.
6.Hoe kan een ondernemer weten of het water rondom het bedrijf of de percelen aan de meetwaarden voldoet?
Er is een handige online viewer beschikbaar op de website van het Actieplan Bodem & Water die inzicht geeft in de meetwaarden per stroomgebied. Iedere ondernemer kan zijn of haar eigen kavels of percelen daarin terugvinden en de dichtstbijzijnde meetpunten opzoeken. De meetpunten in de waterafvoer geven informatie over een mogelijke overschrijding van stikstof en fosfor én de aanwezigheid van gewasbeschermingsmiddelen.
7. Hoe worden de meetwaarden bepaald en hoe vaak kunnen de meetwaarden veranderen?
Dit hangt af van de soort stoffen. Gewasbeschermingsmiddelen meet het waterschap elke zes weken gedurende de periode februari t/m november-december. Stikstof en fosfor worden jaarrond gemeten met een frequentie van één tot twee keer per maand. Voor de Kaderrichtlijn Water is de normstelling voor stikstof en fosfor gebaseerd op zomergemiddelde gehaltes (april t/m september), voor gewasbeschermingsmiddelen zijn dit jaargemiddelde gehaltes. Meetwaarden kunnen sterk variëren, afhankelijk van weersomstandigheden in combinatie met het moment van mestgift of de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. Bij nutriënten is ook de aanwezigheid van een gewas/bodembedekker een belangrijke factor. Vooral in het na- en voorjaar zien we in veel tochten een soms forse stijging van de stikstofgehaltes. Het meten van de waterkwaliteit is een dynamisch en continue proces, waarbij activiteiten voor het verbeteren van de waterkwaliteit in veel gevallen pas later meetbaar zijn.
8. Als de meetwaarden van een stroomgebied te hoog zijn, wat kan een individuele ondernemer dan doen?
Om de doelen van de Kaderrichtlijn Water voor eind 2027 te behalen, is het van belang dat er actie wordt ondernomen. De Provincie en het Waterschap vragen de agrarische sector om zelf initiatieven te ontwikkelen om bij te dragen aan de KRW-doelen. Agrariërs die hiermee aan de slag willen, worden opgeroepen om zich - bij voorkeur met een groepje ondernemers - te melden bij de aanjager van het Actieplan Bodem & Water. Dat kan via het contactformulier op de ABW-website. Gezamenlijk verkennen zij dan de mogelijkheden om het initiatief verder te ontwikkelen en uit te voeren.
9. Als de meetwaarden in een stroomgebied goed zijn, hoeft een ondernemer dan niets te doen?
De KRW-normen zijn op dit moment leidend. Uit oogpunt van die doelen is het verstandig om te kijken of er, zelfs als de meetwaarden gunstig zijn, toch maatregelen te nemen zijn die enerzijds de waterkwaliteit verbeteren of een achteruitgang voorkomen, anderzijds een duurzame impuls voor bodem en water in het algemeen hebben. Uiteindelijk is elke agrarische ondernemer gebaat bij een betere ecologische toestand van bodem en water. Met name het voorkomen van een achteruitgang is belangrijk. Voor nutriënten bijvoorbeeld, kunnen weersomstandigheden er toe leiden dat het ene jaar wel en het andere weer niet aan de normen wordt voldaan. Dit speelt met name bij stikstof, waar een combinatie van neerslag en een bodemoverschot aan stikstof tot een verhoogde uitspoeling aan het begin of einde van het groeiseizoen kunnen leiden en daarmee normoverschrijdingen veroorzaken. Het sturen op het stikstofbodemoverschot met de juistemestgift (moment, hoeveelheid, soort en aanwendingstechniek), vraagt hierdoor continu aandacht.
10. Waarom wordt de normoverschrijding nog niet op bedrijfsniveau gemeten?
De KRW richt zich op waterlichamen. De meetpunten passen bij dat schaalniveau. Binnen een afstroomgebied van een waterlichaamniveau zijn verschillende natuurlijke en menselijke factoren van invloed op de waterkwaliteit. Deze verschillen per waterlichaam. Het meten op bedrijfs- of perceelsniveau hoeft hierdoor niets te zeggen over de waterkwaliteit in het waterlichaam. Die kwaliteit wordt namelijk ook door de andere factoren beïnvloed, zoals (in)directe kwel, infiltratie en de bodemopbouw. Waterschap Zuiderzeeland is een waterschap dat veel monitoringspunten heeft. Overigens zou een intensivering op bedrijfsniveau praktisch niet uitvoerbaar zijn en vele miljoenen gaan kosten. Daar zouden alle bewoners van Flevoland aan moeten meebetalen. In gebieden met een grote opgave, waar agrariërs zelf initiatief nemen om een bijdrage te leveren aan de KRW-opgave, worden door het Waterschap waar mogelijk extra meetpunten ingericht, zodat ondernemers dichter bij huis inzicht kunnen krijgen in de waterkwaliteit en hun impact daarop.
11. Er worden resten van gewasbeschermingsmiddelen gemeten die niet meer gebruikt worden, wordt de landbouw daar ook op afgerekend?
Als er stoffen aangetroffen worden die inmiddels zijn uitgefaseerd, dan wordt dit als een gegeven beschouwd. Er is in dat geval een uitzonderingsgrond van toepassing binnen de KRW.
12. Wie kan ondernemers ondersteunen bij het maken van een plan om de waterkwaliteit rondom een agrarisch bedrijf te verbeteren?
Ondernemers kunnen contact opnemen met Bo Stout van het ABW via het contactformulier van de ABW website. Voorwaarde is wel dat het een gezamenlijke aanvraag van meerdere ondernemers betreft.
13. Stel een groepje ondernemers heeft een goed plan om waterkwaliteit te verbeteren, kunnen zij daar dan ondersteuning voor krijgen?
Het is heel goed om waterkwaliteit breder te zien dan het eigen bedrijf. Een stroomgebied omvat immers veel meer bedrijven. Door samen te kijken naar de invloed op waterkwaliteit, kan een plan van aanpak worden opgesteld waaraan alle ondernemers in het stroomgebied samenwerken. Goede plannen kunnen op ondersteuning vanuit het ABW rekenen.
14. Waar kan ik terecht met mijn vragen of suggesties?
Maak hiervoor gebruik van het contactformulier op de website van Actieplan Bodem & Water. Je vraag of suggestie wordt dan direct doorgeseepld naar iemand die je verder kan helpen.

